Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AV1200

Datum uitspraak2006-01-27
Datum gepubliceerd2006-02-07
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Amsterdam
Zaaknummers13.497.524-05
Statusgepubliceerd


Indicatie

Overlevering is toegestaan, maar de - gedetineerde - opgeëiste persoon moet in Nederland nog voor een ander feit terechtstaan. Openbaar Ministerie vordert daarom verlenging van de voor de feitelijke overlevering beschikbare termijn. De rechtbank wijst deze vordering af, nu een geval als bedoeld in artikel 34 lid 2 onder b OLW zich ten deze niet voordoet. De beslissing van de officier van justitie om de opgeëiste persoon, in afwachting van de behandeling door de Politierechter van de tegen hem in Nederland lopende strafzaak, niet voorlopig aan de uitvaardigende autoriteit ter beschikking te stellen, levert geen situatie van overmacht op, zoals bedoeld in vorengenoemde bepaling.


Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM, Internationale Rechtshulpkamer AFWIJZING VERLENGING GEVANGENHOUDING Parketnummer: 13.497.524-05 op de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement gedateerd 27 januari 2006, tot verlenging van de gevangenhouding van de opgeëiste persoon: Naam: [opgeëiste persoon] geboren op: [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] Nationaliteit: Burger van [land] en wonende: [adres] thans verblijvende in: Huis van Bewaring Almere Binnen te Almere De autoriteiten van Luxemburg hebben een Europees arrestatiebevel m.b.t. bovengenoemde persoon toegezonden. De rechtbank heeft kennis genomen van het bevel tot gevangenhouding van [opgeëiste persoon] voornoemd d.d. 13 januari 2006 en van kracht is tot 30 januari 2006. De rechtbank heeft op vrijdag 27 januari 2006 X De officier van justitie X de raadsman van de opgeëiste persoon, mr. M. Ferschtmann in raadkamer gehoord. En diens raadsman/vrouwe X De opgeëiste persoon is, hoewel daartoe op de bij de wet voorgeschreven wijze opgeroepen, niet verschenen. X De feitelijke overlevering is toegestaan maar heeft nog niet kunnen plaatsvinden. BESLISSING: Wijst af de vordering tot verlenging van de overleveringsdetentie, nu een geval als bedoeld in artikel 34 lid 2 onder b OLW zich ten deze niet voordoet. De beslissing van de officier van justitie om de opgeëiste persoon, in afwachting van de behandeling door de Politierechter van de tegen hem in Nederland lopende strafzaak, niet voorlopig aan de uitvaardigende autoriteit ter beschikking te stellen, levert geen situatie van overmacht op, zoals bedoeld in vorengenoemde bepaling. Aldus gedaan op 27 januari 2006 in raadkamer van deze rechtbank en kamer door mr . E.D. Bonga-Sigmond rechter, in tegenwoordigheid van mr. W.J.A. van der Velde griffier. Arrondissementsrechtbank te Amsterdam PROCES-VERBAAL van het onderzoek in raadkamer van deze rechtbank en kamer van 27 januari 2006. Tegenwoordig zijn: mr . rechter, in tegenwoordigheid van mr. griffier. en mr. Officier van justitie. De opgeëiste persoon: Naam: [opgeëiste persoon] geboren op: [geboortedatum] 1982 te [geboortedatum] Nationaliteit: Burger van [land] en wonende: [adres] thans verblijvende in: Huis van Bewaring Almere Binnen te Almere is wel/niet verschenen teneinde te worden gehoord op de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement tot verlenging van de gevangenhouding ter fine van overlevering. De voorzitter wijst de opgeëiste persoon er op dat hij niet tot antwoorden is verplicht en zegt hem goed op te letten. De voorzitter deelt mede de korte inhoud van de schriftelijke verklaring van de opgeëiste persoon d.d. inhoudende dat hij/zij niet op de vordering van de officier van justitie wenst te worden gehoord. Als raadsman van de opgeëiste persoon is ter zitting aanwezig mr. M. Ferschtman Zakelijk weergegeven hebben verklaard: De opgeëiste persoon: Parketnummer: 13.497524-05 Inzake: [opgeëiste persoon] De officier van justitie: Ik persisteer bij de vordering tot verlenging van de X Gevangenhouding Gevangenneming ter fine van overlevering. De raadsman/vrouwe: Aan de opgeëiste persoon wordt het recht gelaten het laatst te spreken. De voorzitter sluit het onderzoek in raadkamer en deelt na beraad de beslissing van de rechtbank mede mede dat zo spoedig mogelijk wordt beslist. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend. ARRONDISSEMENTSPARKET TE AMSTERDAM